Gijzelaars rookten op oudejaar 1942 een gouwenaar

door Aad Kleijweg

Al eerder schreef ik dat je als verzamelaar van Nederlandse kleipijpen in een breed scala van onderwerpen terecht kan komen. Vaak was het op de pijp afgebeelde onderwerp dan ook de reden waarom deze pijp werd uitgebracht. De pijp waar het in dit artikel om draait is niet door de maker behandeld, maar is door de eigenaar zelf in de Nederlandse driekleur beschilderd en dat brengt ons bij een stukje geschiedenis uit de tweede wereldoorlog.

BESCHRIJVING VAN DE PIJPENKOP 

Het is een grote ovoide ketel met het hielmerk de Gekroonde TM, het merk van de firma N.V. Goedenwaagen's te Gouda. Op de linker zijkant van de hiel zien we het bijmerk het wapen van Gouda. De eigenaar van de pijp heeft de pijp beschilderd in de Nederlandse driekleur. Op de linkerzijde van de ketel zien we zijn naam J.C. Hagen met daaronder Blok 3. cab. 67. Op de rechterzijde van de ketel staat ,,GESTEL" met daarboven met kleine streepjes de Nederlandse vlag en eronder staat ouwe jaarsavond 1942. Onder de ketelrand zijn lijnen getrokken in de Nederlandse driekleur met bij de blauwe lijn een onderbreking op de achterzijde van de ketel waar nogmaals vaag de naam J.C. Hagen kunnen lezen.

 
Afbeelding 1.

  
Afbeelding 2 en 3. Hielmerk TM gekroond en de naam J.C. Hagen bij de ketelrand

Om te begrijpen in welk tijdsbeeld we deze pijpenkop moeten plaatsen en wat de betekenis is van hetgeen erop geschilderd staat starten we eerst met een stukje inleidende geschiedenis.

 
Afbeelding 4. Beekvliet, het voormalige kleinseminarie van Sint-Michielsgestel

GESCHIEDENIS

Tijdens de tweede wereldoorlog werden op 4 mei 1942 door de Duitse Sicherheitsdienst 460 heren 's nachts van hun van hun bed gelicht en met vrachtwagens op transport gesteld naar Sint-Michielsgestel. Daar werden ze gevangen gezet in gijzelaarskamp Beekvliet. Het waren geen gewone mannen, maar keurige heren zoals advocaten, hoogleraren, geestelijken, politici, schrijvers, musici en burgemeesters, een indrukwekkende selectie van de elite van Nederland. Tot het einde van 1944 zullen honderden notabelen vast blijven zitten in dit voormalige kleinseminarie Beekvliet in Sint-Michielsgestel. Er zaten bekende Nederlanders bij zoals Huizinga, Philips, De Quay, Schermerhorn, Vestdijk, Kohnstamm en velen anderen. Deze gevangen waren niet te vergelijken met gewone gevangen, maar werden door de Duitse bezetters als een soort onderpand gezien. Zolang het Nederlandse volk zich netjes gedroeg en zich coöperatief zou gedragen zouden de gijzelaars niets aangedaan worden, maar mocht dit niet het geval zijn dan moest het Nederlandse volk er ernstig rekening mee houden dat er één of meerdere gijzelaars zouden worden gefusilleerd. De gijzelaars fungeerden dus als een soort represaille reserve. Het leven in Beekvliet was niet te vergelijken met andere gijzelaarskampen. De gijzelaars hadden alle vrijheid zolang ze maar binnen het kamp bleven. Er werden filmavonden en tennistoernooien georganiseerd, cursussen gehouden en discussieclubjes gevormd. Dankzij de voedselpakketten van thuis hadden ze wat eten betreft ook niet te klagen. De bewakers hadden de opdracht zolang de gevangenen zich niet misdroegen ze met rust te laten. De bezetters hoopten zelfs dat de gijzelaars zouden inzien dat ze best wel aardig waren, deze Germaanse broeders. Tevens hadden ze voor deze Nederlandse gijzelaars misschien wel leidende rollen in petto voor het nieuwe Germaanse rijk. De gijzelaars dachten daar zelf overigens geheel anders over. De eerste maanden verliepen rustig totdat er op 7 augustus 1942 een aanslag werd gepleegd op een goederentrein in het centrum van Rotterdam. De trein vervoerde behalve goederen ook Duitse soldaten. De aanslag was een mislukking, er kwam alleen een baanopzichter om het leven, maar ondanks de mislukking waren de Duitse bezetters woedend. De bezetters gaven het Nederlandse volk een week de tijd om de daders van de aanslag aan te geven. Omdat dit niet gebeurde werden op 14 augustus 's nachts vijf gijzelaars van hun bed gelicht en in de vroege ochtend in de bossen bij Goirle gefusilleerd. In het Parool van 21 augustus 1942 werd deze executie als volgt vermeld, zie afbeelding 5.


Afbeelding 5. Parool 21 augustus 1942

Na de executies was het in het kamp volledig anders, de gijzelaars hadden nog steeds dezelfde vrijheid, maar ze wisten dat het de Duitse bezetters ernst was. Niemand wist zeker of hij het zou overleven. Tijdens de oorlog werden nieuwe groepen mannen opgepakt en weer andere vervroegd vrij gelaten. Er was dus een wisseling in het aantal gegijzelden. Omdat deze mannen in het kamp samen in hetzelfde schuitje zaten ontstond een soort samenhorigheidgevoel wat later ook wel de "Geest van Gestel" werd genoemd. Katholieken, protestanten, socialisten en liberalen gingen met elkaar in discussie en kwamen tot de conclusie dat Nederland toch wel erg verzuild was. Ze bedachten plannen voor het geval dat er vrede mocht komen dat het dan allemaal anders moest gaan in Nederland. Zo werd direct na de oorlog de PvdA opgericht, een partij voor iedereen, gelovig of niet. Maar helaas kwam er van de meeste plannen niet veel terecht en ontstond direct na de oorlog weer een stevige verzuiling en had elk geloof weer zijn eigen partij. Pas in de jaren zestig kwam daar verandering in.

WIE WAS J.C. HAGEN

De aanleiding om te vermoeden dat J.C. Hagen gevangen gezeten heeft in het voormalige kleinseminarie van Sint-Michielsgestel is omdat onder zijn naam Blok 3 staat. Het gijzelaarskampcomplex was namelijk onderverdeeld in blokken. Toen ik op internet verder zocht wie er in Beekvliet gevangen hebben gezeten van 1942 tot 1945 vond ik in het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) een lijst waarop 544 mannen staan vermeld. Ds J.C. Hagen staat op deze lijst met de archieftitel Persoonsdossiers gijzelaars kamp Beekvliet, 1942-1945 op plaats 177. Een extra bewijs dat deze pijp aan deze dominee heeft toebehoord.

 
Afbeelding 6.

Met de wetenschap dat J.C. Hagen dominee is geweest, heb ik op internet verder gezocht en de volgende informatie gevonden. In Zwijndrecht liepen tijdens de crisisjaren in de gereformeerde kerk de inkomsten behoorlijk terug. Daardoor werd het aanstellen van een tweede predikant steeds uitgesteld. Uiteindelijk kreeg Zwijndrecht in 1936 na eerst een paar jaar met een hulppredikant gedaan te hebben een tweede predikant in de persoon van Ds J.C. Hagen. Zo konden vanaf dat moment de twee dominees hun diensten houden in de Bethelkerk in Zwijndrecht voor hun meer dan 2400 leden.


Afbeelding 7.

Tijdens de oorlog sympathiseerde Ds J.C. Hagen met het verzet. Vele Zwijndrechtenaren werden op transport gesteld naar Duitland om daar te gaan werken. In juli 1942 werden Ds J.C. Hagen en Piet van Leeuwen (buizenmaker) op transport gezet naar Haren, een gijzelaarskamp wat zeer dicht bij het gijzelaarskamp van Sint-Michielsgestel was gelegen. Vermoedelijk is J.C. Hagen overgeplaatst naar Beekvliet omdat hij dominee was. De pijp is weinig gerookt, zo'n 1 of 2 maal gezien de geringe aanslag aan de binnenzijde van de ketel. Het is dus goed voor te stellen dat dominee J.C. Hagen de door hem in de Nederlandse driekleur beschilderde pijp op oudejaarsavond 1942 heeft gerookt en zo als een stil verzet zijn nationalistische gedachten de vrije loop liet.

HARDE BEWIJZEN GEVONDEN IN HET

"GEDENKBOEK GIJZELAARSKAMP BEEKVLIET"

Omdat het nog steeds een sterk vermoeden was maar nog niet het harde bewijs dat de dominee uit Zwijndrecht dezelfde zou zijn als die van de pijpenkop en die op de lijst staat van Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) heb ik toch nog verder gezocht naar informatie. Op Marktplaats gezocht, gevonden en aangeschaft het boek met de titel "Gedenkboek Gijzelaarskamp BEEKVLIET". Behalve dat dit boek vol staat met hoofdstukken geschreven door de gijzelaars van Beekvliet vond ik in dit boek het harde bewijs dat J.C. Hagen de dominee was uit Zwijndrecht. Achterin het boek staat namelijk een "Naamlijst van de Gijzelaars in het kamp ,,Beekvliet". In deze lijst staat het volgende vermeld over J.C. Hagen.

Uit deze lijst kunnen we opmaken dat J.C. Hagen op zijn 36-jarige leeftijd is opgepakt en inderdaad in eerste instantie naar Haren was getransporteerd op 13-07-1942. Later dat jaar, in ieder geval voor oudejaarsdag, werd hij naar Sint-Michielsgestel overgeplaatst en heeft in totaal iets meer dan 9 maanden vast gezeten. Verdere informatie die we uit die boek kunnen halen is dat Blok 3 zich bevond op de zolder van het voorgebouw en dat zich daar 123 cabines bevonden waarvan we op de pijpenkop kunnen lezen dat J.C. Hagen in cabine 67 zijn verblijf had. De cabines waren klein en zeker niet te vergelijken met een kamer. Blok 3 stond bekend als een verzamelplaats van individualisten, het was er luidruchtig, het was er rommelig en rook er niet fris vanwege de slechte ventilatie, maar ondanks dat was er een gezellige sfeer. Aan het eind van de linkervleugel was een trap naar een zolder waar de commandant van het kamp zijn tabaksbladeren droogde. Het was verboden daar te komen. maar ondanks dat waren er een paar gijzelaars die deze tabak rookten. Zou J.C. Hagen er één van zijn geweest ? Op Beekvliet waren vele cursussen en discussiekringen. In het boek is te lezen dat ook J.C. Hagen deel heeft uitgemaakt van de Kring Dijk. Deze Kring vergaderde tweemaal in de week en bestond hoofdzakelijk uit gereformeerden. Prof. Dr. K. Dijk was de oprichter van deze Kring. Met hield zich bezig met bijbelstudie en besproken werd de Brief van Jacobus. In januari was Ds. J.C. begonnen met het bespreken van de Brief aan de Romeinen.

KAARTEN

Doordat achter in het boek kaarten zijn opgenomen van het Beekvlietcomplex en ook van zolders van het voorgebouw waarin zich Blok 2 en 3 bevonden kunnen we aan de hand van de informatie op de pijpenkop exact bepalen waar dominee J.C. Hagen zijn cabine had in Blok 3 waar zich zijn bed bevond. Zie afbeelding 8 een detail van afbeelding 9 waar de blokken 2 en drie op staan afgebeeld.


Afbeelding 8.


Afbeelding 9. Plattegrond Blok 2 en 3 Ir J.D.J. Waardenburg

OUDEJAARSAVOND 1942

In het boek is een hoofdstuk met de titel "Kerstfeest en Nieuwjaar 1942", geschreven door H Götzen. Hierin staat letterlijk vermeld dat een aantal heren al Goudsche pijprokend en punch drinkend in de Aula op oudejaarsavond de geestige en ontroerende kroniek Thomasvaer en Gijzelaar bijwonen. Mogelijk heeft Ds. J.C. Hagen op die bewuste avond de hier besproken pijp letterlijk gerookt, zie afbeelding 10.


Afbeelding 10.

Gijzelaar P. Zwart, een architect uit Wassenaar, heeft van deze gebeurtenis een tekening gemaakt waarvan een detail is opgenomen, zie afbeelding 11.


Afbeelding 11. Detail van de tekening van P. Zwart

Links worden door kruizen de slachtoffers van Beekvliet herdacht en rechts zien we de Goudsche pijprokende heren, dit alles omwikkeld door prikkeldraad wat de gevangenschap symboliseert. Linksonder zien we 1942 het oudejaar en rechtsboven het jaartal 1943 met een vraagteken omdat iedereen onzeker was hoe het hem in het nieuwe jaar zou vergaan. Het toeval wil dat deze tekenaar P. Zwart op dezelfde datum 13-07-1942 is opgepakt en ook in eerste instantie is vastgezet in Haren. Het is dus niet ondenkbeeldig dat P.Zwart en J.C. Hagen elkaar gekend hebben.

SLOT

Het is opmerkelijk dat je via internet en zeker ook via het Gedenkboek Beekvliet zoveel informatie over deze pijp kan vergaren. J.C. Hagen heeft precies die informatie op de pijp gezet die na enig speurwerk heeft geleid tot dit verhaal.

Literatuur:

Gedenkboek Gijzelaarskamp "Beekvliet" ST. Michielsgestel

Lees ook Pijpenkop van dominee J.C. Hagen na 68 jaar terug bij familie

 

Copyright Aad Kleijweg